Terwijl de ene na de andere fitnesshype over de oceaan waait, blijft Delta Sportcentrum in Spijkenisse al 62 jaar een baken van stabiliteit. Hoe overleef je drie economische crises, een pandemie en de opkomst van de budgetgiganten? Kevin van Kooten, die letterlijk op de judomat opgroeide, over de kunst van het ‘niet lullen, maar poetsen’ en waarom je als ondernemer soms heel hard ‘nee’ moet zeggen.
Door onze redactie | Sport Ondernemers Expo
Wie Delta Sportcentrum binnenstapt, stapt in een familiegeschiedenis die teruggaat tot de pioniersdagen van de Nederlandse sportwereld. Zijn vader was een van de ‘dino’s’ van de branche: de eerste generatie judoka’s die begin jaren ’80 voorzichtig een paar halterbanken neerzetten. “Mijn vader ging in 1982 kijken bij andere clubs,” herinnert Kevin zich. “Hij zag hoogpolig tapijt, zilveren apparatuur met felgekleurde bekleding en overal potten met ampullen. Hij zei direct: ‘Dit wil ik niet’. Hij koos voor wit met blauw. Nuchter. Degelijk. Dat zit nog steeds in ons DNA.”
Tekst gaat verder onder de foto

“Als ik met een PT-klant bezig was en een ander lid aansprak, werd ik al snel als ‘het arrogante zoontje’ gezien als ik niet direct hielp. Mensen vergaten dat die tijd werd ingehuurd,” zegt Kevin eerlijk. Het was de pandemie die voor de definitieve ommekeer zorgde. In een tijd dat de wereld stilstond, vloeiden zijn eigen onderneming en het familiebedrijf weer in elkaar over. Niet uit noodzaak, maar uit de rationele conclusie dat focus de sleutel tot succes is. “Je kunt niet met je hoofd bij twee verschillende ondernemingen zitten. Dan verlies je de strijd op beide fronten.”
Kevin’s eigen weg tot aan het management van Delta Sportcentrum was geen uitgestippeld pad. Ondanks dat hij als baby in een wiegje op de judomat stond terwijl zijn vader lesgaf, koos hij in 2013 voor zijn eigen koers met een Personal Training-studio. Het stempeltje ‘zoontje van’ wilde hij achter zich laten.

Delta Sportcentrum is met 3.500 m² en 2.200 leden een reus in de regio Spijkenisse, maar wel een reus die kritisch kijkt naar waar hij zijn voeten neerzet. Waar andere clubs bovenop elke nieuwe trend duiken, hanteert Kevin een filter van ‘Rotterdamse nuchterheid’.
“Als je overal in mee wil stappen, word je knettergek. Dan ben je alleen maar bezig met implementeren en vergeet je je huidige klanten te behouden.”
Neem CrossFit of Padel. “Dat zijn specialismes. Daar moet je met je vingers vanaf blijven als het niet bij je identiteit past. Wij hebben wel een ‘rig’ neergezet voor functioneel trainen, maar we noemen het geen CrossFit. We geven er onze eigen draai aan.” Pas toen de vraag naar Hyrox van onderaf kwam, specifiek uit de groeiende groep 25- tot 40-jarigen die de budgetclubs ontgroeid zijn, besloot Kevin de licentie te nemen. “Het moet passen. Het moet renderen. En het moet over drie jaar nog steeds draaien.”
Tekst gaat verder onder de foto

De toekomst van Delta Sportcentrum ligt niet in nóg meer apparaten, maar in Longevity: gezond oud worden. Maar verwacht bij Kevin geen overhaaste lanceringen van Red Light Therapy of ijsbaden alleen omdat het ‘hip’ is.
“Wij hebben een doelgroep die vraagt: ‘Waarom moet ik dit doen? Wat is het effect?’. Geld verdienen is simpel: je zet een apparaat neer en vraagt er geld voor. Maar continueren, dat is de kunst. Klanten binnenhalen is niet moeilijk; ze binnenhouden, dáár zit het vakmanschap.” Kevin kiest voor een testcase-aanpak: eerst tien klanten, drie maanden lang, alles meten en bijsturen. Pas als het fundament staat, wordt het een service.
Tekst gaat verder onder de foto

Het meest indrukwekkende aan Delta Sportcentrum is misschien wel het feit dat ze nu, na de pandemie, méér leden hebben dan ervoor. In een markt die vecht om de laagste prijs, bewijst Delta Sportcentrum dat kwaliteit en service een onverwoestbaar fundament vormen. Of je nu een baby van drie maanden bent die komt zwemmen of een krasse tachtiger die de judomat nog steeds opzoekt: de verbinding is de constante factor.
“Amsterdam is zien en gezien worden,” grapt Kevin met een knipoog naar zijn moeders wortels. “In Rotterdam is het: bek houden en gaan. Doe maar normaal, dan doe je al gek genoeg. Die identiteit bewaken we bij Delta Sportcentrum met ons leven.”
